
Hoorcollege
Co-evolutie
Kennen
Co-evoluerende populaties. Absolute fitness, relatieve fitness en de vaak optredende discrepantie tussen die twee..
(Absolute) fitness, genormaliseerde
(absolute) fitness, relatieve fitness, genormeerde relatieve fitness, genormaliseerde relatieve fitness. (Zie werkcollegedictaat.)
Objectieve preferentie vs. subjectieve preferentie. (Zie werkcollegedictaat.)
Inter- vs. intrapopulationele interactie; competitieve vs. coöperatieve co-evolutie.
Floreano en Nolfi's model en implementatie van twee co-evoluerende robot-populaties.
Voordelen van leren door co-evolutie: bereikbaar doel, relevant doel, ongelimiteerd doel.
Corrsponderende nadelen: verlies van leerdoel, verlies van relevantie, relativisme.
The red queen effect: de absolute fitness stijgt terwijl de relatieve fitness constant blijft.
De experimenten van Watson en Pollack. Unitair representatie van een natuurlijk getal als chromosoom. De noties score2 (a.k.a. Min-d metriek), score3 (a.k.a. Max-d metriek). Experiment 0 (drift), ideaal experiment 1a (gevarieerde tegenstand, |S|=15), experiment 1b (ongevarieerde tegenstand, |S|=1), experiment 2 (veel attributen en Max-d veroorzaken overspecialisatie), experiment 3 (intransitiveit van Min-d veroorzaakt negative pull).
R. Paul Wiegand's woorden over de mogelijkheden en onmogelijkheden van leren door co-evolutie.
Kunnen
Berekeningen uitvoeren met (absolute) fitness, genormaliseerde
(absolute) fitness, relatieve fitness, genormeerde relatieve fitness, genormaliseerde relatieve fitness.
Berekeningen uitvoeren met objectieve preferentie en subjectieve preferentie.
Negative pull in Watson en Pollack's derde experiment verklaren. Meer dan het enkel verwijzen naar intransitiviteit.
Materiaal
Slides Gaia en Co-evolutie.
Artikel Watson en Pollack.
Dictaat Marco Wiering H5.
Handouts Marco Wiering 2007.
Werkcollegedictaat.